Dag lief klein meisje, hier spreekt je Mama-van-Eén…

Dag lief klein meisje, hier spreekt je Mama-van-Eén…


Dag lief klein meisje,

Hier spreekt je Mama-van-Eén.
Nog even, heel even…
Dan staat ons thuis goed op zijn kop. Dan komt je baby-broertje bij ons wonen en is je mama er plots één van twee. 
Maar voor nu… Voor nu nog even niet.

Voor nu liggen wij samen op bed te luieren, omdat we even niet anders kunnen. En vooral: omdat we even niet anders willen. Gewoon lekker samen te kroelen omdat we dat zo fijn vinden voelen. 

Of ik je nog even wil kriebelen in je nek? Of ik je onder de dekens wil verstoppen en dan plots door je gegiechel weer wil ‘vinden’? Of ik wil lachen om de poepies die jij onder luid geschater ‘stiekem’ laat? 
Er is nog zoveel te doen voordat we klaar zijn voor de Baby.
Maar voor nu… Voor nu nog even niet. 

Ik wil je vooral nog zoveel vertellen. Je nog zo ontzettend veel tot in het diepst van je hart duidelijk maken en tot in je tenen laten voelen. Zóveel, daar heb ik niet eens de juiste woorden voor. 

Want jij… Jij alleen… 
Jij bent het meisje dat me mama maakte, voor de allereerste keer. Jij bent het kindje dat alles in één klap ontzettend ingewikkeld, maar tegelijkertijd ook zó simpel wist te maken. Jij bent waar het om draaide, die alles ineens veranderde. 

Het meisje dat mij vertelde dat er een nieuwe generatie was om voor te vechten, om als een mama-tijger te verdedigen, te beschermen… De boef die zorgde voor de grootste angsten die een mens zich voor kan stellen, maar ook voor de mooiste toekomstdromen die je je maar kunt bedenken.

Jij bent het zachte buikje dat ik gemaakt heb. De navel die je vader zo mooi gevormd heeft in de allereerste momenten dat je er was. Je bent de voetjes die ik voelde trappelen als mijn onhandige ribben weer eens -ongelooflijk- in jouw eigenwijze weg zaten. 

Je bent de liever-in-m’n-blote-billen-vrouw die niet zo van kleren dragen houdt. De mond die bijna nooit stopt met onuitwisbaar grijnzen, en anders is het voor de mooiste pruillippen die er bestaan. Je bent het krullenkoppie dat bovenaan m’n lijstje staat als favoriete toverstok voor een glimlach op mijn gezicht.

Jij bent straks niet meer de enige, maar zult altijd de eerste zijn. Degene die mij alles leerde en me soms genadeloos op mijn gezicht liet gaan. De dochter die vastberaden stampvoetend haar plekje weet te bewaken als daar even minder tijd voor lijkt te zijn, en ons gezin zo weer met onze drukke benen op de grond krijgt. 

Je leerde me zorgen maken en vertrouwen: Ziekenhuis, huisartsenpost, ’s morgens vroeg en ’s avonds laat. Auw-vingers, -tenen, -tanden en -bulten, pleisters en hónderden kusjes kwamen al voorbij. 
Je leerde me veel vaker dan ik had gewild hoe ontzettend kwetsbaar je wordt zodra je de titel ‘Moeder’ mag dragen. Hoe bang je kunt zijn en hoe erg je kunt twijfelen of je de juiste beslissingen wel neemt. 

Maar in dat alles, en in alle drukte waar we je de laatste tijd doorheen hebben laten gaan, ben je ook het bijzondere wonderkind dat me keer op keer toe blijft fluisteren: ‘Hou fan jou! Fijn dat jou er bent!’ en zo laat blijken dat ook wij als ouders er mogen zijn zoals we zijn. 

Het meisje dat niet kan stoppen met kusjes geven, Laaa-laaa-goedmaak-liedjes zingen, of neusje-neusje doen: elke dag weer. Dat oneindig wil kroelen, dansen, stoeien met papa en acrobaatje op zijn nek wil spelen wanneer dat maar kan.

Het prinsesje dat ons elke avond weer vol verwachting vraagt of het morgen weer feest is, wat we dan gaan doen of wie er op visite komt, en degene die ons dan enthousiast-maar allang half in slaap – ‘See you tomorrow!’ toebrabbelt voordat je als de allerliefste naar Dromenland vertrekt. 

Je bent een bijzondere donder die niet te stoppen is, of het nu het Grote Avontuur betreft of jouw eigenwijze wil. Een roversdochter die bruist van de energie en die alles en iedereen in haar hartje en knuffelende armen sluit. Het allereerste, enige echte, állerspeciaalste meisje dat van mij jouw mama wist te maken.

Ik had me geen enkel ander kindje in jouw plaats willen wensen. Van niemand anders zoveel willen leren. Niemand anders naast ons willen hebben in die eerste jaren van het ouder-zijn. 

Blijf lachen, blijf liefhebben, blijf dansen in je blote kont. Blijf schateren en poepjes laten, en blijf alsjeblieft de goedaardige boef die uit je ogen straalt. 

Blijf altijd geloven in wat jou zo ontzettend siert: dat onstuitbare vertrouwen in de onvoorwaardelijke Liefde die je in je hebt, en die je uitstraalt naar een ieder om je heen. 
Vergeet nooit… Nooit, lief meisje, dat dát geloof in Liefde de overwinning zal betekenen in wat er dan ook op je pad mag komen. Dat je de hele wereld aan kunt, als je maar in jezelf durft te blijven geloven. 

‘Alles komt goed zoals het goed moet komen, altijd…’

Dag lief, klein meisje, 

Ik hou van jou. 
Zóveel, dat ik met al deze woorden nog steeds niet gezegd heb wat ik zo diep van binnen voel. Zóveel dat ik weet dat mijn Liefde straks durft te blijven groeien, zodat je niet ècht hoeft te delen. Om jou heen, om jullie heen, en voor altijd een stukje binnenin jullie hart. 

Liefs,
Nog even helemaal ‘jóuw mama’

Van ‘Nooit!’ naar ‘Ooit…’ 

Van ‘Nooit!’ naar ‘Ooit…’ 


‘NOOIT!!!’ riep ze over ringen.

‘NOOIT kinderen’ zei ze hard. 

‘Nooit…’ fluisterde ze steeds zachter, 

en haar hard dat werd een hart. 

~

‘En als… Dan moet alles anders! Achterstevoren en op zijn kop. 

Onze eigen-wijs vindt de weg wel, 

wij volgen ons eigen pad.’ 

~

De volgorde werd ons zooitje,

het leven zo ons eigen feest. 

Maar altijd die veilige haven,

vol Liefde is ons Thuis geweest. 

~

13 jaar nu in onze rugzak, 

onderweg veel bijzonders geleerd. 

~

‘OOIT…!’ fluisteren ze nu samen. 

‘Ooit maken we ons feest compleet.’ 

~

Ik Hout van Jou!

Ik Hout van Jou!


Ik Hout van Jou!
Met heel mijn hart.
Gewoon, om wie je bent.

Ik Hout van Jou!
Zo lekker plat,
geen twijfel die ons kent.

Ik Hout van Jou!
Om wat je kunt
en wat je me laat voelen.

Ik Hout van Jou!
Want juist door jou,
kregen wij nieuwe doelen.

Een meisje vol vertrouwen,
in ons hart ontstond jouw plek.
Ik dacht het nooit te kunnen,
want de wereld was zo gek. 

De wereld blijft angst zaaien,
angst en twijfel zijn soms sterk. 
Het goede wil graag winnen,
maar dat is echt keihard werk.

Winnen van de haat, de wanhoop
en van de angst nog wel het meest. 
Winnen van de mensen die zich
steeds gedragen als een beest.

Winnen van het stemmetje
dat knaagt ‘ik kan dit niet’.
Winnen van alles dat blijft spoken,
dat niet wil dat je geniet. 

Genieten is een werkwoord
en het leek mijn zwakke plek.
Ik dacht het nooit te durven,
want de wereld is zo gek. 

Maar vergeet nooit, lieve kleine meid, 
Ónze wereld doet veel meer.
Die wereld blijft verwonderen,
toont Liefde keer op keer.

Liefde dankzij mensen,
met harten: beregroot.
Mensen die je onvoorwaardelijk
welkom heten op hun schoot. 

Soms zit dat in kleine dingen,
in gebaren oh-zo-teer,
Maar vergeet nooit, prachtig meisje:
LIEFDE wint ècht, keer op keer.
~

Dit bericht is geschreven naar aanleiding van de aanslagen in Parijs op 13-11-15

~

Angst heeft zijn eigen missie

Angst heeft zijn eigen missie

Lieve, liefdevolle papa’s en mama’s (met of zonder rugzak!),

Op internet, maar ook hier, vind je bergen aan advies, onderzoeken en meningen. Niet voor niets zeggen mensen weleens dat je bij twijfel beter niet kunt gaan googlen. Bronnen zijn er veel en uitgebreid maar vaak onvolledig, tegenstrijdig, wel/niet betrouwbaar en door dit alles vooral soms ontzettend verwarrend. Wees kritisch en zoek bronnen op die bij diverse officiële instanties vandaan komen, en neem bij twijfel altijd contact op met je huisarts of specialist. Maar onthoud ook:

Zelfs als je niets meer zeker weet en alleen maar vragen hebt over of je wel een goede ouder kunt zijn omdat je zo bang bent dat je het allemaal niet kunt, juist dan betekent het vragen stellen alléén al dat je ontzettend veel van je kindje houdt. In de les leer ik mijn leerlingen elk jaar weer om alle verantwoordelijkheden in het leven serieus te nemen, maar er niet bang voor te zijn. Angst zorgt voor paniek , en beiden maken dat je minder kunt genieten van wat er op je pad komt.Of je nu borstvoeding geeft of niet, je kindje wel of niet draagt en op die manier dicht bij je houdt en of je je vooral met praktische zaken bezighoudt of vol ‘in je gevoel’ zit: zolang jij actief zoekt, leert en soms worstelt naar de manieren om je kindje de allerbelangrijkste stukjes in het leven mee te geven, doe je het al-tijd goed! 

Je hebt naar mijn idee maar één (onderzoeks-)plicht als nieuwbakken papa en mama: blijf altijd nieuwsgierig naar handvatten in het bieden van Veiligheid en Liefde en DOE daar iets mee, dan komt de rest vanzelf.

Liefs!

  

‘Lobi da Basi’

‘Lobi da Basi’


Signed and sealed, de inschrijfformulieren voor het screenings- en trainingstraject van #Pleegzorg! 

Waarom? Omdat ze hard op zoek zijn naar #supergewonemensen zoals jij en ik. Omdat ‘gewoon’ het nieuwe ‘super’ is. Omdat er zo ontzettend veel vraag is naar harten met wat ruimte.

Omdat de tijd rijp is. Omdat ieder kind recht heeft op een adempauze, het ervaren van een veilige basis, waardevolle momenten van zorgeloos plezier en een onvoorwaardelijk gevoel van acceptatie.

Omdat ik zelf het levende voorbeeld ben van het verschil dat je als pleegouder kúnt maken in iemands leven. Omdat ook deze kinderen onze toekomst zijn. Omdat het onze missie is om Liefde te delen. Omdat ze het waard zijn.

Omdat Liefde altijd… AL-TIJD de Baas hoort te zijn.

                     ‘Lobi da Basi’

Supergewone Mensen Gezocht! – Pleegzorg Nederland

  
  
  
  

Mens met een Missie

Mens met een Missie

 
 Een gevoelsmens. Dat ben ik: een mens vol gevoelens. Mijn eigen gevoelens, maar vooral ook andermans gevoelens slaan soms in als een bom, of lijken af en toe ineens te waarschuwen dat ik op de rem moet. 
Op de één of andere manier slaan de emotionele receptoren in mijn brein soms op hol en weten ze zich via al die zenuwbaantjes sneller dan ooit een weg naar mijn hart te banen. Waar de één in een gesprek nog vrolijk over een bepaalde opmerking of gezichtsuitdrukking van iemand heen kan kletsen, stuiteren bij mij dan bijna letterlijk de rode uitroeptekens door mijn buik. ‘Iets’ klopt er niet. En al wijkt er maar een half procentje van een glimlach af, er is dat IETS dat me pakt en maar niet los wil laten…  

 Ik kan daar uren over mijmeren, het keer op keer proberen te weerleggen of erover sparren met mijn ‘Benen-op-de-Grond’. Hij mag dan wel een echte gevoelsman zijn, maar voor dat soort dingen is hij toch vaak te nuchter. “Jij ook altijd met je ‘iets’. Het zal wel loslopen”. Maar inmiddels weten we wel beter.

Ziekte, een aankomende scheiding, een zwangerschap, een hoognodige tranenbui of gewoon even dat ‘iets’ dat eruit moest: er is in de afgelopen jaren al voldoende de revue gepasseerd om mijn theorie te bevestigen. En ja, ik heb ook al regelmatig verkeerd gezeten. 

Ik voel me dan ook absoluut niet iets zweverigs of spiritueel begaafd, maar gewoon… Gevoelig. We zien het maar als een cadeautje van mijn bijzondere jeugd. Een jeugd waarin instincten je vaak de weg wezen en overlevingsstrategieën je overeind wisten te houden wanneer je dat zelf niet altijd meer kon. Een jeugd waarin je deel bent geweest van zoveel gezinnen en families, dat je elk type mens en haar gevoel inmiddels wel herkent. Het is dan ook een zegen en een vloek tegelijk, want soms… Soms heb je al genoeg aan jezelf.   

  We grappen weleens: op de één of andere manier ben ik gewoon een insect, met van die extra voelsprieten op mijn hoofd. Sociale voelsprieten, zie je het al voor je? Het is af en toe ook wel raar, want hoe leg je zoiets uit? Helemaal aan mensen die je niet heel goed kent. 
En toch hebben we samen geleerd erop te vertrouwen en er als een soort missie (meestal) iets mee te doen. 

Acuut tijd en ruimte vrijmaken voor dat gevoel. Even stilstaan en het dan ook serieus nemen, dat heb ik inmiddels wel geleerd.

Vaak durf ik dan toch de stap te zetten en iemand even apart te nemen. Soms benoem ik zelfs dat het misschien vreemd overkomt, maar dat ik gewoon heel erg het gevoel heb dat ik even iets moet zeggen, vragen, of gewoon een dikke knuffel moet geven. Of als het zijn familie betreft: Benen-op-de-Grond over te halen om even een waardevol momentje samen te pakken om oprecht te vragen hoe het nu met iemand is. Want wat kan er nou gebeuren?

In het ergste geval heb je gelijk, en kun je laten weten dat je er voor iemand bent wanneer hij je nodig heeft. In het minst erge geval laat je je oprecht betrokken ‘ik’ zien en heb je even bewust aandacht aan de mensen om je heen besteed. Want nee, het ging je er niet om die laatste roddel te weten, maar je had diep van binnen het gevoel dat iemand even aandacht verdiende. En zeg nou eerlijk: hoe vaak gebeurt dat nog, bewust aandacht geven aan elkaar?

Tegenwoordig kijkt men je al vreemd aan als je op straat aanbiedt die gescheurde tas te helpen opruimen. Een vorm van wantrouwen is toch vaak het eerste dat dan stiekem in je opkomt. Of op zijn minst pak je snel je waardevolle spullen eruit en laat je je helpen met de rest. Echt, ook ik ben daar gewoon schuldig aan. 

En dat terwijl er veel meer bijzonder warme mensen op de wereld zijn dan die paar rotte appels uit het nieuws. De wereld zou toch een stukje mooier zijn als we ons gevoel keer op keer lieten spreken wanneer er ‘iets’ in ons binnenste borrelt, met oprechte zorg voor een naaste. Want dat ‘iets’, dat is er vaak niet voor niets… 

Zolang we Liefde als missie in ons achterhoofd houden is niemand een ‘gekke bemoeial’ en verdient iedereen oprechte aandacht. Durf op je gevoel te vertrouwen, in aandacht geven èn ontvangen. Dus wordt er binnenkort gevraagd hoe het met je gaat, geef dan eens eerlijk antwoord. Gewoon, bij wijze van experiment. Of bedank oprecht voor de aandacht en ontvang de knuffel met die ‘rare’ boodschap: “Zomaar, omdat ik voel dat je hem verdient”. 

Nog mooier: accepteer de aandacht, laat het je verwarmen en geef het daarna door… Want een oprechte, liefdevolle knuffel of compliment, dat kan iedereen wel gebruiken.

Soms krijg je het op zo’n moment niet eens te horen, maar geloof me: Wie weet maak je zomaar het verschil!

  
 

Boobies* met een Missie 

Boobies* met een Missie 

‘Ik ben een probleemkind’
Zo begon ik 12-15 jaar geleden een artikel voor het blad van Pleegzorg. Twaalf tot vijftien jaar geleden ja, want door alle veranderingen in mijn vroege leven weet ik eigenlijk nooit zo goed meer wanneer iets gebeurde. Wel kan ik altijd nog voor me halen waar ik op zo’n moment woonde, en aangezien dat tot mijn achttiende zo’n beetje elke 2/3 jaar veranderde, kan ik dan ten minste de periode inschatten. 

Ik woonde in Pleeggezin Eén en werd gevraagd iets te schrijven over hoe het was om pleegkind te zijn. De missie in mijn verhaal was toen vooral te laten zien wie wij waren: ‘waardevolle kinderen, met problemen’ en niet zozeer ‘problematische kinderen waar men vooral last van heeft’. 

Zonder al teveel in details te treden kun je je voorstellen dat je op je twaalfde niet zomaar pleegkind wordt. Op emotioneel gebied viel er bij ons thuis een hoop te winnen en helaas had ons gezin die wedstrijd met 10-0 grandioos verloren. Angsten waren er veel en vaak. Over vertrouwen, het verleden, seksualiteit, veiligheid, eigenwaarde en vooral de ham-vraag: wat is nu Liefde? Of beter nog: kennen wij wel liefde? Een belangrijke basis ontbrak en dat sloeg een groot hartengat dat nooit meer volledig opgevuld zou worden. 

Een achtbaanrit volgde tijdens de pubertijd: het afmaken van mijn middelbare school, tegelijk een eigen huishouden runnen en beginnen aan een nieuwe opleiding liepen parallel aan wonen bij twee pleeggezinnen, het heftige effect van nog meerdere uit huis geplaatste familieleden en kamertraining, kort daarop gevolgd door een eigen woning. Tijdens dit alles moest ik in sneltreinvaart ook nog eens leren vertrouwen op de onvoorwaardelijke liefde en het onuitputtelijke geduld van mijn partner en redder-in-nood, met alle emotionele angsten en paniekpolitiek van dien. Want binden? ‘Daar begin ik niet aan!’ 

Als ik mijn stem in die tijd niet verloor aan de feestjes en het uitsloven, dan was het wel aan het van de daken schreeuwen dat ik nooit zou trouwen en van mijn lang-zal-ze-leven niet aan kinderen moest denken. 

Nu, twaalf tot vijftien jaar later, lig ik hier op bed dan toch glimlachend te bedenken hoe het mogelijk is dat ik net onze Donder van anderhalf een hoognodige slinger naar bed heb gegeven en lig te wachten tot haar vader straks thuis komt: al twaalf jaar de hoofdrol in mijn leven en met recht de beide benen op de grond die ik zèlf op de spannende momenten soms nog even mis. 

En hier zo twaalf tot vijftien jaar later is mij gevraagd te schrijven over een nieuwe uitdaging: het mama-zijn. Het mama-zijn als moeder met een pleegzorgrugzak, en dit keer met de vraag wat voor rol mijn borsten daarin kregen: Borsten met een Missie. 

Die schreeuwende protestacties over het ab-so-luut niet willen beginnen aan kinderen hielden namelijk natuurlijk een keer op en maakten in gesprek met een, inmiddels tot ‘tante’ omgedoopte, therapeute héél voorzichtig plaats voor kleine kriebels. Kriebels die mijn ‘Benen-op-de-Grond’ eerst maar eens een heel jaar achter elkaar wilde horen voordat hij zijn eigen stiekeme droom met mij een serieuzer plekje wilde geven. Toen dat jaar ruimschoots voorbij was, was hardop ‘JA!’ van de daken schreeuwen nog iets te gedurfd voor mijn persoontje, maar het feit dat we heel bewust en vol vertrouwen ‘risico’s durfden te nemen’ sprak boekdelen. Anderhalve maand later was ik zwanger. 

Het moment waarop ik het hem vertelde was prachtig, memorabel en best grappig. Drie dagen daarna brak echter de hel los. De paniek sloeg toe, en samen met de bekende horror-monen (waar ik allergisch voor bleek!) kwamen de oerangsten weer boven. Nachtmerries die ik jaren niet meer had gehad kwamen op volle kracht terug en de ‘Tante’, waar ik eigenlijk al half afscheid van genomen had, stond weer onder de grote rode knop op mijn telefoon. 

‘Dit kan ik niet!’, gonsde het door mijn lijf en leden, en dit keer kon zelfs mijn ‘Benen-op-de-Grond’ mijn extreme gedachten niet stopzetten. Niemand mocht nog weten dat ik zwanger was, want: wilde ik er wel mee doorgaan?

Mijn pleegmoeder, die ik maar af en toe zag, bleek in de grootste paniek plots een lichtje in de duisternis. Eén belletje, zonder duidelijke uitleg van mijn kant, en ze stond al voor de deur. Met een verhaal over angsten en dromen, oude en nieuwe genen en onze gedeelde herinneringen over de nachtmerries van vroeger vertelde ze me dat ze het al wist voordat ik belde: ik werd mama, er zou echt een kindje geboren worden en wat er ook ooit gebeurd was, die baby zou een gouden thuis krijgen. 

Het was mooi geweest als het verhaal daar eindigde met de bekende sprookjes-zin (‘En ze leefden…’), maar de Tante en pleegmams kregen toch nog een drukke bijbaan die zomer. Met succes: het kindje ‘mocht blijven’, de allergie voor het zwangerschapshormoon leek te berusten in het feit dat -ie niets te vertellen had en zo werden ook de spoken in mijn hoofd langzaam maar zeker op hun plek gewezen.

In al die gesprekken ontstond bij mij heel sterk de wens om borstvoeding te gaan geven. Grappend zeiden mede-probleemkinders en ik weleens dat we zo geëindigd waren omdat de borstvoeding bij onze moeders nooit wilde lukken, en dat dat spul dan toch wel magische krachten moest hebben. Natuurlijk was dat voor een groot deel onzin en toeval, maar die magische kracht zat voor mijn gevoel toch in een stukje binding dat je met het geven van borstvoeding wel móest krijgen. En (angst voor) binding was nu juist die rode draad in mijn leven. 

Dat ik voor mensen, dieren en andermans kinderen kon zorgen en mijn verantwoordelijkheden kon nemen was me echt wel duidelijk, maar dat ene stemmetje bleef maar venijnig roepen: ‘Je doet alleen maar wat je práktisch gezien hoort te doen, je hart zit er niet in! Je houdt niet van dit kindje. Hoe kan dat ook? Je weet niet eens zeker wat houden van echt is!’ 

We gingen ons er meer en meer in verdiepen en waren er toch wel uit: borstvoeding werd mijn missie! Sowieso vond ik het altijd een mooi, warm gezicht, een gezonde optie en een idyllisch plaatje, maar ik was er daarnaast echt van overtuigd dat het mijn angsten kon beteugelen en helend zou kunnen werken. Een postnatale depressie lag op de loer (of dat wist ík toch in elk geval zeker met mijn hoofd vol doemscenario’s) en of je je nu goed en betrokken voelt of niet, zo’n kindje móet nu eenmaal gevoed worden. Als je borstvoeding geeft zou het veel moeilijker zijn om die kleine op slechte dagen uit handen te geven en zo bewust afstand te creëeren, dan wanneer je de kleine en de fles aan wat liefdevolle vrijwilligers kon geven. Die stonden immers toch al maanden te springen om eindelijk te mogen kroelen en dat zou te makkelijk zijn als je ‘even geen zin had’. Bovendien zou het geven van borstvoeding voor verplichte rustmomenten zorgen, want mijn bijzondere jeugd heeft ook gezorgd voor iets dat je op zijn minst extreme preutsheid kon noemen. Borstvoeding was naar mijn idee de oplossing voor van alles, en moest en zou er dus komen. 

Zo gebeurde het dat onze Donder begon te bestaan, en in het ziekenhuis door de verpleegster naar de borst geloodst werd. Apetrots was ik toen Benen-op-de-Grond, voor het eerst in ons leven toch echt van zijn stuk gebracht door een helse bevalling, terug de kamer in kwam met haar kleertjes. Donder en ik lagen daar maar trots te denken dat we de finish hiermee nu al lang en breed gehaald moesten hebben. 

Natuurlijk bleek even later de ‘wereld van de boob’ niet altijd de praktische, makkelijke wolk die er zomaar overal beloofd werd en voelde de lucht veel vaker donkergrijs dan babyroze. Ontstekingen, kloven en uiteindelijk een 3 maanden fulltime kolven waren allemaal nodig om ons te brengen waar we nu zijn. 

Achteraf gezien, en als ik anderen weleens probeer te helpen door die eerste wen-weken heen, heb ik soms geen idee waarom ik dat alles doorstaan heb en niet gewoon ‘naar de fles greep’. Ik vond heus dat borstvoeding gezonder was, maar ondanks het feit dat het mijn keuze niet zou zijn geloof ik ook oprecht dat kindjes prima kunnen groeien op kunstvoeding en kroelen. Kolven en jezelf blootgeven aan kraamzorg en een lactatiekundige waren met mijn achtergrond op zijn minst ‘naar’ te noemen, dus dat vormde alweer een extra drempel, en zo’n keiharde doorzetter ben ik nu ook weer niet. 

Hoe het had moeten lopen als het plan niet gelukt was, of als ik op die talloze momenten van twijfel toch niet doorgezet had, weet ik niet. Dat we het Plan Borstvoeding emotioneel op een erg hoog voetstuk geplaatst hadden en dat dit ook weer risico’s met zich meebracht, weten we maar al te goed. In mijn geval was dat misschien echter tóch net het zetje dat ik nodig had om te leren vertrouwen in de kracht van mijn lijf en van mijn hart. 

Borstvoeding bleek verzorgend, troostend, voedend en helend. En niet alleen voor onze kleine Donder… 

Met trots en nog steeds soms stomme verbazing durf ik inmiddels namelijk te zeggen dat dat magische woord er is: Binding. Het is het echt allemaal waard geweest. Al bijna anderhalf jaar een verbond tussen moeder en dochter, een pact, verplicht momentje voor ons samen. Soms synoniem voor ‘handen in het haar’, maar met inmiddels nog maar twee korte kroel-voedingen voor en na het slapen gaan, staat de geleverde strijd toch ook wel gelijk aan een zuurstokroze, trotse staat van mama-zijn. 

De enige reden die ik voor het doorzettingsvermogen kan bedenken is die verborgen oerkracht tegenover dat eeuwig zeurende en knagende stemmetje. De oerkracht die daar tegenin ging en, als ik het even niet meer wist, fanatiek bleef fluisteren dat ik het wèl kon. Een Oerkracht die zich misschien nog veel beter laat vertalen door één klein woordje. Een woord met een enorme invloed, dat door zogenaamde tantes, pleegmoeders, Benen-op-de-Grond, borstvoeding, de liefste Donder van de wereld, maar vooral door mijn eigen IK uiteindelijk haar weg heeft leren vinden in mijn hart:

LIEFDE
* Geschreven op uitnodiging van Mamacafé’s Vlaardingen en Schiedam naar aanleiding van World Breastfeeding Week *

  
—————————

Lieve, liefdevolle papa’s en mama’s (met of zonder rugzak!), 

Zelfs als je niets meer zeker weet en alleen maar vragen hebt over of je wel een goede ouder kunt zijn omdat je zo bang bent dat je het allemaal niet kunt, juist dan betekent het vragen stellen alléén al dat je ontzettend veel van je kindje houdt. 

Of je nu borstvoeding geeft of niet, je kindje wel of niet draagt en op die manier dicht bij je houdt en of je je vooral met praktische zaken bezighoudt of vol ‘in je gevoel’ zit: zolang jij actief zoekt, leert en soms worstelt naar de manieren om je kindje de allerbelangrijkste stukjes in het leven mee te geven, doe je het al-tijd goed! 

Je hebt naar mijn idee maar één (onderzoeks-)plicht als nieuwbakken papa en mama: blijf altijd nieuwsgierig naar handvatten in het bieden van Veiligheid en Liefde, dan komt de rest vanzelf. 

—————————